All posts in "Boeddhisme"

Het oerwoud dat Boeddhisme heet

ZanZen en het oerwoud Boeddhisme

Wie voor het eerst lessen volgt van een Tibetaanse leraar, wordt, zoals ik zelf meemaakte, overspoeld met beelden, teksten en begrippen waar je geen touw aan vast kunt knopen. Zo veelkleurig, zo complex, met zoveel nuances, het duurt jaren voordat je daar enig inzicht in krijgt en vooral voordat het werkelijk in je hart en geest gaat leven, een levende werkelijkheid wordt. Mijn leraar toen, lama Sogyal Rinpoche, was nog jong en niet didactisch geschoold. Wij, zijn studenten, kregen alles in één keer op ons bord. Ik heb er jaren over gedaan om in dat oerwoud dat Boeddhisme heet samenhang, structuur en proces te ontdekken.

ZanZen met Sogyal Rinpoche

Sogyal Lahkar Rinpoche, Tibetaanse leraar

Er zijn natuurlijk periodes geweest dat ik de moed wilde opgeven. Dat ik het maar een vreemd rariteitenkabinet vond, dat oerwoud dat boeddhisme heet. Maar dan keerde ik weer terug naar de bron, naar het moment dat mijn leven 180 graden omdraaide. Dat gebeurde na een retraite van twee weken in Zuid-Frankrijk, op terugweg naar huis, in een ontmoeting met Lama Gendung. Feit is dat zich na die ontmoeting een reeks gebeurtenissen voltrok, niet bewust gewild, niet gepland, niet bedacht, die mij een ander leven binnen lieten gaan. Ik ben daar oneindig dankbaar voor. Het boeddhisme heeft mij wakker geschud, het houdt mij wakker en het maakt mij gelukkig, gelijkmoedig en naar ik hoop, een liefdevol en vriendelijk mens voor anderen.

Boeddhisme is mijn leerschool

Wij krijgen de gelegenheid om dit leven te leven van onze moeder en van onze vader. Daar kunnen wij dankbaar voor zijn, wat dit leven ons ook brengt. Wij leren om te gaan met dit leven met hulp van vele leraren. Ook hen kunnen we dankbaar zijn, hoe moeilijk, pijnlijk of onwaarschijnlijk hun lessen ook geweest mogen zijn. Tenslotte kunnen we ook onszelf dankbaar zijn dat we dit leven aangenomen hebben, dat we het avontuur zijn aangegaan ons hier tot uitdrukking te brengen, bewustzijn op te doen, ervaringen rijker te worden.

En omdat het ogenschijnlijke oerwoud van het boeddhisme mijn meest waardevolle leerschool is, zet ik nog elke dag een stap in dat oerwoud, als leerling, als gids, als aanwijzer, als sherpa, als metgezel. Moge deze hulp goed zijn in het begin, goed zijn in het midden en goed zijn aan het eind.

Is Boeddhisme exotisch?

ZanZen en markthal Rotterdam

Liefdevolle vriendelijkheid.

Is boeddhisme exotisch? Het wordt door veel westerse mensen zo nog wel gezien. In onze streken is het boeddhisme misschien wel het meest bekend geworden door zijne heiligheid de Dalai Lama. Hij is de verpersoonlijking van de liefdevolle vriendelijkheid en vrede waar hij ons volhardend en geduldig steeds weer op wijst.

Zijn charisma bereidt de weg voor veel, dikwijls eveneens charismatische leraren van Tibetaanse oorsprong. Veel mensen maken op die manier kennis met het kleurrijke, warme en vriendelijke boeddhisme uit Tibet, even kleurrijk, warm en vriendelijk als de Tibetanen zelf. Ook veel mensen voelen zich zozeer aangeraakt dat zij zich verdiepen in leer en praktijk, ze worden boeddhist.

Boeddhist worden is niet gemakkelijk. Je wisselt niet zomaar even van religieuze overtuiging zoals je een oude jas voor een nieuwe inruilt. boeddhisme is vreemd aan onze westerse cultuur. Het is doordrenkt van de oosterse levenshouding.  Het kent een lange geschiedenis, evenals het christendom en andere religies, met eigen begrippen, rituelen en overdrachtslijnen. Zoals het christendom zich heeft gedifferentieerd in vele groeperingen, is dat ook bij met het boeddhisme gebeurd. En zoals het christendom zich niet gemakkelijk in haar essentie laat kennen, zo is ook de essentie van het boeddhisme slecht met veel volharding en standvastigheid eigen te maken.

Boeddha als tuinbeeld

Voor veel westerse mensen blijft het boeddhisme exotisch. Zeker het kleurrijke Tibetaanse boeddhisme, soms wat meewarig bekeken als een exotische, maar half begrepen romantiek. Geen wonder dat er door die oppervlakkige kennis veel misverstanden over bestaan, onjuiste denkbeelden tot sentimentele dweperij aan toe. Niettemin werkt er wel iets door. Hing er hier nog geen vijftig jaar geleden in elk huis een kruis, nu zijn de Boeddhabeelden niet aan te slepen. Ze staan in tuinen, op vensterbanken, te koop als sleutelhanger of sieraad. Dat is niet voor niets.

Boeddha in het groen

De Dalai Lama en de Boeddhabeelden zijn krachtige symbolen geworden van ons verlangen naar vrede. Jammer dat het daar dikwijls bij blijft. Alsof vrede vanzelf ontstaan door de toverkracht van zo’n beeld in je tuin. Maar misschien werkt het wel zo, als een onbewuste, archetypische kracht. Misschien worden we zachtjes en bijna onopgemerkt naar een vredige geest geduwd. Dat zou mooi zijn. Want, zoals Tich Nath Khan zegt: “Er zal pas vrede in de wereld zijn als alle mensen vrede in hun hart gevonden hebben. Een belangrijke stap naar die vrede is het ontwikkelen van tederheid én het trainen van je geest.

Tederheid

Tederheid bevat een element van droefheid. Dit is niet de droefheid van zelfmedelijden of van ons misdeeld voelen, maar een natuurlijke staat van volheid. We voelen ons zo vol en rijk, dat we op het punt staan in tranen uit te barsten.  Krijgers ervaren dit droevige, tedere hart. Als we ons niet bedroefd en alleen voelen, kunnen we nooit een krijger zijn. De krijger is sensitief voor wat hij via zijn zintuigen ervaart. Als een kunstenaar heeft hij waardering voor alles wat er zich in zijn wereld afspeelt. Zijn ervaring is vol en zeer levendig. Het geritsel van bladeren en het geluid van regendruppels op zijn jas hoort hij duidelijk. Vlinders die nu en dan om hem heen fladderen zijn soms bijna onverdraaglijk omdat hij zo gevoelig is.Uit: Shambhala, de weg van de krijger, Chögyam Trungpa

Het menselijk tekort

het menselijk tekort

Jules Prast over het menselijk tekort

met toelichting door Hans van Zanten

Je moet weten dat Jules Prast zeer ernstig ziek is, zo ziek dat hij nauwelijks kan denken, laat staan schrijven. Lees zijn verhaal over het menselijk tekort in die context. Zijn tekst was inspiratie voor onze meditatie in Rheden en Arnhem. (HvZ)

Zoals wel vaker, ben ik de draad van het boeddhisme weer eens kwijt. Op de een of andere manier kan niets in het boeddhisme me vandaag overtuigen. Het is alsof de hoop het geloof voedt en al doende de realiteit van ons menselijk tekort overstemt.

Een goede, dierbare vriendin, een geestverwant die ik lang niet heb gezien, loopt peinzend langs mijn selectie boeddhistische topboeken bovenop de stalen kast in mijn kantoor. De blik in haar ogen zegt: “Wat vind jij dat ik moet lezen?”

Zonder aarzelen pak ik het boek ‘Geen dood, geen vrees’ van Thich Nhat Hanh. Ik druk het in haar handen. Zij knikt. Er is geen woord gesproken.

THICH NHAT HANH

Thich Nhat Hanh vertegenwoordigt voor mij de kern waar ons eigentijdse boeddhisme over zou moeten gaan. Ik ken geen ander die de uitdaging in zulke heldere, eenvoudige taal aan ons openlegt. Er is geen zelf, waar je ook maar kijkt. Er is dus geen mens die in werkelijkheid doodgaat. Er is geen dood en dus hoeft niemand er bang voor te zijn om te sterven. Er is geen menselijk tekort.

Bij Thich Nhat Hanh is dit geen theorie. Hij leeft voor wat hij schrijft, althans tot het moment dat hij getroffen werd door een aantal zware beroertes op een rij. Ook Thich Nhat Hanh is een goede, dierbare vriend en een geestverwant, terwijl ik hem nooit in persoon heb ontmoet. Maar dit doet hij met je. Hij raakt je tot in het diepst van je wezen. Als je ervoor openstaat, ontvang je met zijn woorden wat ik beschouw als een vorm van dharmatransmissie.

BOEDDHISME DOORGRONDEN

Ik heb geprobeerd de geschiedenis van het boeddhisme te doorgronden. De Pali Canon is het Oude Testament en de sutra’s van Mahayana zijn het Nieuwe Testament van het boeddhisme, zegt de twintigste-eeuwse zenvernieuwer Hisamatsu. De twee met elkaar verbinden leidt bij mij echter tot een mist van moeilijk te verenigen begrippen, zo verschillend is de receptie geweest toen de boeddha-dharma op reis ging door tijd en ruimte.

Het past allemaal niet in mijn hoofd en dat hoeft ook niet. Thich Nhat Hanh vat onze uitdaging samen in ‘Geen dood, geen vrees’. Hoe treffend hij dit ook doet, hoe dierbaar en geestverwant hij ook is, hij laat mij achter met een onuitwisbaar besef van mijn, het menselijk tekort om de Dharma in mijn leven de plaats te geven die hij ons met zijn voorbeeld voorhoudt.

VERLICHTING IS DAT MONNIKENWERK?

Want wie van onze lekenbeoefenaars is in het echt in staat doodsangst te overwinnen en te transformeren in levensgeluk? De bodhisattva Avalokiteshvara lukt het telkens weer wanneer we de Hartsutra reciteren, maar hoe dierbaar deze tekst mij ook is (vooral in de vertaling van Ton Lathouwers), ergens in de idealisering van de realisatie van de bodhisattva raakt het menselijk tekort uit beeld.

Is boeddhisme niet eigenlijk monnikenwerk? En zo ja, waar in de vertaalslag naar lekenboeddhisme verantwoordt iemand in hoeverre en hoe en waarom de realisatie van het bevrijdend inzicht binnen het bereik ligt van gewone mensen?

Hoe dierbaar Thich Nhat Hanh mij ook is, ik heb het er niet voor niets over dat hij een uitdaging aan ons openlegt. Alles wat ik ermee probeer te doen, het loopt ergens stuk op mijn menselijk tekort. Hoe zou dit toch bij anderen zijn?

TEVERGEEFSE HOOP?

Ik ken mensen, hele gewone mensen die tussen ons in leven, die op een al dan niet pathologische manier worstelen met angsten, een reëel psychisch probleem dat ze als een blok aan het been met zich meesjorren, en dat hun levensgeluk bij tijd en wijle in gijzeling kan nemen. Heeft het boeddhisme een boodschap voor hen, dat bevrijding in het verschiet ligt voor wie zich op het bodhisattvapad waagt?

Zoals wel vaker, ben ik de draad van het boeddhisme weer eens kwijt. Dat geeft niet, want ergens vind ik vanzelf wel aansluiting. De vragen evenwel die ik hier stel, zijn levensecht, maar op de een of andere manier kan niets in het boeddhisme me vandaag overtuigen. Wat me verwondert is dat we in ons nieuwe boeddhisme zulke vragen niet vaker aan de orde stellen. Het is alsof de hoop het geloof voedt en al doende de realiteit van ons menselijk tekort overstemt.

Namu Amida Butsu,

Taigu / Jules Prast

DE TROOST VAN HET MENSELIJK TEKORT / HANS VAN ZANTEN

Ik kan me voorstellen dat de weg van Boeddha soms ook een illusie lijkt. Zeker als je de dood zo in de ogen kijkt en je vermogens ziet slinken als Taigu.

Boeddhisme is zeker een illusie als je hoopt op verlichting, zoals christelijk geloof een illusie is als je hoopt op verlossing. Niet de hoop doet leven maar het leven zelf geeft ons de drang om te bestaan. Hoop brengt je naar de toekomst, is een uiting van verlangen naar iets wat je blijkbaar nu mist. Of naar iets waarvan je eindelijk eens verlost wil zijn, zoals destructieve emoties als afgunst, woede, jaloezie, hebberigheid, ijdelheid, die niets anders dan ellende veroorzaken.

Hoop is het werk om te ontsnappen aan de realiteit van nu. Het leven is wat zich altijd in je zal roeren als een roep om te bestaan. Nu. Onmiddellijk.Ik denk dat je alleen van het menselijk tekort kunt spreken wanneer je de realiteit afzet tegen de hoop. Dan ben je nooit klaar, er is altijd dat onbereikbare ideaalplaatje.

DE PLAAGGEEST DIE ZELF HEET

Ik denk dat er alleen de realiteit van nu is. In die realiteit, die werkelijkheid is alles aanwezig. De plaaggeest in ons bestaan is wat we Zelf noemen. Zelf denkt alles te weten. Zelf vindt zich heel belangrijk. In Zelf draait alles om Zelf. En…..Zelf is goed in ideaalplaatjes. Die bieden houvast, alsof je op de goede weg bent.

Zonder ideaalplaatje, dus ook zonder hoop, bestaat er geen menselijk tekort en is er geen reden om er een Zelf op na te houden. Ons bestaan is wat het is. Voorbijgaand. Onderling afhankelijk. Noch goed noch slecht. Met vreugde en verdriet. Met geluk en teleurstelling. Dat biedt troost

Ben Berger zei: “Toen God klaar was met scheppen ging hij in ruste.” Daar wordt niet de rustdag mee bedoelt.  God was klaar. De schepping is voltooid en volmaakt. Dat is er dus al. Het ideaalplaatje is niet nodig. Het is al voltooid. We zijn al verlost, verlicht, of hoe je het ook wilt noemen.

VOLMAAKTHEID ERVAREN

Wat ons helpt die volmaaktheid te ervaren zijn bewustzijn en opmerkzaamheid. We kunnen opmerken wanneer we ons negatief voelen. We kunnen bewust zijn wanneer we uit contact, uit verbinding gaan. Ons bewustzijn zelf zorgt er dan voor dat we daarmee ophouden. Eenvoudig omdat het niet prettig voelt en per saldo problemen veroorzaakt.

Het menselijk tekort bestaat in mijn ogen niet. Wel het menselijk proces dat op en neer golft van volmaakte aanwezigheid naar volmaakte zelfzuchtigheid. Want wie zijn zelfzuchtigheid gewaar wordt bevrijdt zichzelf ter plekke. Zo is het veronderstelde menselijk tekort de hefboom naar verlicht en verlost leven. Geen Zelf geen Dood, geen Dood geen Vrees!

>